Conceptueel denken

Iedereen heeft een voorkeur in zijn denkproces. Vaak zijn niet-talige mensen conceptueel denkers. Conceptueel denkers gebruiken meer de associatieve manier en richten zich op contexten en verbanden. Zij denken op een divergerende manier. Lijndenkers gebruiken daarentegen meer de logische redenatie en feiten. Zij denken op een convergerende manier.

Herkenningspunten voor conceptueel denken

  • In beelden en gebeurtenissen denken
  • Op een ruimtelijke manier denken
  • In verbanden denken waarbij feiten ondergeschikt zijn
  • In één oogopslag het geheel van een situatie of omgeving zien
  • Vlot denken in oplossingen
  • Creativiteit in het algemeen
  • Goed empathisch vermogen

Invloed op verwerking, reproductie en communicatie van informatie

  • Alle informatie komt tegelijkertijd binnen
  • Geen woorden en begrippen in gedachten gebruiken
  • Moeilijk(er) op woorden komen
  • Op verbanden en omgevingsfactoren letten
  • Oplossingen moeilijk onder woorden brenge

Verschillen in het denkproces

Het verschil in denkproces kan tot onbegrip leiden tussen conceptueel denkers en lijndenkers. Hieronder volgt een kort overzicht waarin duidelijk te zien is hoe op diverse manieren een situatie kan worden opgepakt. Hierbij is er geen goede of foute manier.

Conceptueel denkers

  • Afkijken
  • Praktijkervaring
  • Relaties leggen met eerdere kennis en ervaringen
  • Nieuwe ervaringen in nieuwe situaties brengen

Lijndenkers

  • Theorie leren
  • Instructie opvolgen
  • Vasthouden aan instructies
  • Blijven herhalen totdat het goed gaat

Conceptueel denken en dyslexie

Conceptueel denkers worden vaak in relatie gebracht met dyslexie of andersom. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat veel dyslectici conceptuele denkers zijn. Voor beide groepen geldt in ieder geval dat tijdens school en werk te weinig gebruik wordt gemaakt van hun kwaliteiten. Er wordt van hen vaak verwacht om op de manier van lijndenkers te leren, werken en communiceren.